Geulle bakermat van Amsterdamse School
gepubliceerd op 30 november 2007
Door Adri Gorissen
Een verrassing: het fundament voor de Amsterdamse School is in 1910 gelegd in Geulle. Grafisch vormgever Paul Smeets draagt de bouwstenen voor die stelling aan in een documentaire over architect Joan van der Meij, die van 1910 tot 1949 in het dorp woonde.
Architectuur – “Het eerste huis van de Amsterdamse School staat in Geulle op de Snijdersberg.” De in het dorp geboren en getogen, maar tegenwoordig in Banholt wonende Paul Smeets zegt het zeer stellig.
In 1910 kochten architect Joan Melchior van der Meij (1878-1949) en zijn vrouw Sara Herweijer in Geulle een uit de zestiende eeuw daterende hoeve, genaamd de Paphoof, en verbouwden die tot atelierwoning. De ideeën en gedachten achter die verbouwing werkte Van der Meij later verder uit, samen met zijn collega-architecten Michel de Klerk en Pieter Lodewijk Kramer, en leidden tot de architectuurstroming die bekend werd als de Amsterdamse School. De belangrijkste kenmerken daarvan zijn het gebruik van baksteen en de expressieve vormgeving van gevels.
Sommige kenmerken, zoals het goed inpassen van het bouwwerk in de omgeving, paste Van der Meij al in Geulle toe. Zo liet hij een muur rond zijn terrein bouwen, maar onderbrak de stenen regelmatig met opengewerkte hekken, zodat de struiken in de tuin ook naar buiten konden groeien en er eenheid ontstond tussen binnen en buiten. Van de andere kant inspireerde de vakwerkstijl van de Paphoof hem. Smeets: “De vormentaal die hij bij zijn latere ontwerpen in Amsterdam toepaste, komt voor een deel voort uit de vakwerkbouw, die bijvoorbeeld veel spanten gebruikte. Als je de kap in de hal van het huis in Geulle ziet en die van het Scheepvaarthuis in Amsterdam, de belangrijkste schepping van Van der Meij, dan zie je duidelijk overeenkomsten.”
Paul Smeets is de grote gangmaker achter een project over en rond architect Van der Meij. Een project dat voorziet in het maken van een documentaire, het opzetten van een website, het schrijven van een monografie en het inrichten van een expositie. De documentaire is klaar en wordt zondag uitgezonden op televisie, de website is in bescheiden vorm al in de lucht en het boek en de tentoonstelling moeten nog volgen. Smeets is bij toeval met de architect in aanraking gekomen. “Toen ik in de jaren tachtig op de Rietveldacademie in Amsterdam zat, werd tijdens het vak kunstgeschiedenis de Amsterdamse School behandeld. Daarbij kwam ook het door Van der Meij ontworpen Scheepvaarthuis aan de orde. Ik vond het foeilelijk, maar ben er op een dag toch gaan kijken. In een boekje dat je daar kon kopen, ontdekte ik plotseling dat Van der Meij in mijn geboorteplaats Geulle had gewoond. Dat maakte me nieuwsgierig.”
Die nieuwsgierigheid is nooit meer verdwenen en Smeets heeft sindsdien een schat aan informatie over de architect verzameld. Informatie die een ander licht werpt op de rol van Van der Meij bij de Amsterdamse School. “Er was nooit echt goed onderzoek naar hem gedaan”, vertelt hij, “zo stond in een boekje over hem dat zijn archief in de oorlog bij een bombardement op Geulle verloren was gegaan. Ik wist dat er in Geulle nooit zoiets had plaatsgevonden en begon aan een zoektocht naar archiefstukken. Dat leverde heel wat op.” Smeets ontdekte dat hij van de drie grondleggers van de Amsterdamse School in tegenstelling tot wat altijd aangenomen werd, de belangrijkste was. Hij was de man van de ideeën en werkte die ook uit op papier.
Uiteraard deed Smeets in Geulle zelf eveneens onderzoek. Hij sprak in de jaren tachtig nog mensen die Van der Meij en zijn vrouw hadden gekend en legde die gesprekken op band vast. Geulle, zo bleek uit het onderzoek, was de thuisbasis voor de architect. Daar vond hij de rust die hij nodig had om de tekeningen voor zijn scheppingen, die vooral in Amsterdam staan, uit te werken. Hij pendelde tussen Geulle en Amsterdam en bemoeide zich weinig met het dorpsleven. Zijn vrouw deed dat wel en zorgde geheel onbaatzuchtig bijvoorbeeld voor de zieken in het dorp en voor de armen. Uiteindelijk behoorden de Van der Meijs zelf tot die armen, want de economische recessie en de opkomst van nieuwe architectuuropvattingen brachten hen aan de bedelstaf. Zozeer, dat ze het huis op de Snijdersberg in 1945 moesten verkopen. Vier jaar later stierf de architect en werd begraven op het kerkhof aan de Raarberg in Meerssen.
De documentaire, die Smeets gemaakt heeft met regisseur Peter Veer, pendelt heen en weer tussen Geulle en Amsterdam. Ze toont de gebouwen in Amsterdam die hij heeft gemaakt en laat architectuurhistoricus Michiel Kruidenier (die samen met Smeets de monografie over Van der Meij gaat schrijven) zijn betekenis toelichten. In Geulle komen onder anderen de Maastrichtse architect Jo Coenen, die het huis ‘een groot monument’ noemt, en dorpshistoricus Sjeng Maassen aan het woord. Maassen heeft Van der Meij nog gekend en weet bijvoorbeeld nog hoe mevrouw Van der Meij met Sinterklaas bij alle arme mensen cadeaus voor de kinderen aan de deur zette.
Met de documentaire hoopt Smeets niet alleen het beeld dat er bestaat over Van der Meij te corrigeren, maar ook fondsen los te krijgen voor de rest van zijn project.
